Stilstaan bij het échte doel achter sporten.
Laatst had ik zo’n gesprek dat me bijbleef. Ik raakte in gesprek met een man van zestig jaar. Geen ambitie om de sterkste te worden of bepaalde prestaties na te jagen. Zijn reden om te trainen was simpel, maar tegelijkertijd ontzettend waardevol. Hij wilde zijn kleinkinderen kunnen blijven optillen. Met ze kunnen spelen, zonder bang te zijn voor zijn lichaam of beperkingen. Gewoon mee kunnen doen, nu én later.
Soms sta ik bewust even stil. Niet bij schema’s, gewichten of herhalingen, maar bij de vraag waarom iemand eigenlijk is begonnen met sporten. Want achter elk trainingsdoel zit een verhaal en die verhalen zijn vaak veel krachtiger dan welke oefening dan ook.
Dat zijn momenten waarop je beseft waar trainen écht om draait. Niet om cijfers of doelen op papier, maar om het leven dat je wilt blijven leven. Sterk genoeg zijn om actief te blijven. Fit genoeg zijn om herinneringen te maken. Zeker genoeg zijn van je lichaam om niet aan de zijlijn te staan.
Voor mij als coach zijn dit de gesprekken die richting geven aan mijn werk. Ze herinneren me eraan dat trainen persoonlijk is. Dat iedereen zijn eigen reden heeft om te bewegen, en dat die reden altijd het uitgangspunt zou moeten zijn. Leeftijd speelt daarin geen rol, het gaat om wat voor jou belangrijk is.
Elke training is uiteindelijk een investering in de toekomst. In momenten die je niet wilt missen. In het vertrouwen dat je lichaam je blijft dragen.
En als coach vind ik het een voorrecht om daar een rol in te mogen spelen. Om mensen te helpen sterk, fit en zelfverzekerd te blijven, niet alleen voor de training zelf, maar vooral voor alles wat daarbuiten ligt.


